Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Wat zijn cyanobacteriën?

Cyanobacteriën zijn een aparte groep bacteriën. Net als de meeste algen en hogere planten zijn ze in staat om energie te halen uit zonlicht, en met deze energie anorganische voedingsstoffen om te zetten in koolhydraten en zuurstof (fotosynthese). Hiervoor bezitten ze chlorofyl-a en daarnaast kenmerkende andere pigmenten, zoals fycocyanine. De typisch blauwe kleur van dit pigment en hun vermogen tot fotosynthese, hebben geleid tot de naam blauwalgen. Bij blauwalgen is het pigment echter niet gebonden aan bladgroenkorrels (chromo- of chloroplasten), maar ligt het diffuus door het celplasma. Dit geldt ook voor hun DNA: net als bacteriën hebben blauwalgen geen celkern.

Cruciaal in de evolutie

Cyanobacteriën staan aan de basis van het leven op aarde. Het zijn de oudste fossielen. Zo’n 2,7 miljard jaar geleden waren het de eerste organismen die zuurstof produceerden, waardoor de aardatmosfeer ingrijpend veranderde. Sommige blauwalgen kunnen moleculaire stikstof (N2) binden tot nitraat (NO3) en spelen een belangrijke rol in de stikstofcyclus.


Volgens gangbare theorieën zijn de bladgroenkorrels in cellen van eukaryote algen en hogere planten ontstaan uit endosymbiontische cyanobacteriecellen.

Ecologie

Cyanobacteriën komen in uiteenlopende milieus voor: in zoet en zout oppervlaktewater, in hete bronnen, in bodems, op substraten die maar af en toe vochtig worden en als endosymbiont in bijvoorbeeld sponzen, kroosvarens en sommige korstmossen.

Veel soorten blauwalgen kunnen beschouwd worden als echte specialisten, ook een aantal soorten die in het zoetwaterplankton leven. Deze groeien weliswaar langzaam, maar zijn zo goed aangepast aan hun milieu, dat andere algensoorten langzaam verdrongen worden. Dit geldt in het bijzonder voor de zogenaamde plaagsoorten, zoals uit de geslachten Anabaena, Microcystis en Planktothrix. De keerzijde van deze aanpassing is, dat plotselinge, ongebruikelijke veranderingen in het milieu maar moeilijk weerstaan worden. Daarom is het bellenscherm zo effectief in de bestrijding van Microcystis. Naast deze plaagalgen komt in het Nederlandse oppervlaktewater een groot aantal soorten voor die nooit overlast veroorzaken. Blauwalgen moeten daarom niet over één kam geschoren worden. Wat ecologie betreft kunnen de blauwalgen uit ons zoete water in een stuk of twaalf functionele groepen ingedeeld worden. Potentieel toxische soorten komen in vrijwel al deze groepen voor.