Log in

Klik hier om in te loggen


Wachtwoord vergeten?

Nog geen inlog? Registreer nu
Om misbruik van dit formulier door spamrobots te voorkomen, vragen wij u hier het controlewoord stowa in te vullen!

Blauwalgoverlast

Cyanobacteriën zorgen voor overlast in de vorm van:

Troebelheid

Net als andere algen in het plankton zorgen blauwalgen voor vertroebeling van het water. Enkele soorten blauwalgen doen dit in heel sterke mate, andere juist minder.Bij overmatige algengroei in sterk geëutrofiëerde meren, stagneert de groei op een zeker moment door lichtbeperking. Sommige soorten blauwalgen zijn zo goed aangepast aan weinig licht (soorten uit de S1- groep in deze tabel), dat zij langer door kunnen groeien dan andere algen. Het bekendste voorbeeld is Planktothrix agardhii. Eén van zijn aanpassingen is een hoog gehalte aan chlorofyl-a en zijn vermogen om koolhydraten op te slaan en door te groeien in het donker. Daarom zijn Planktothrix-meren zo troebel. Blauwalgsoorten zoals Microcystis en Aphanizomenon flos-aquae vormen grote kolonies. Daardoor zorgen zij juist voor minder troebeling, dan wanneer zij als losse cellen of filamenten aanwezig zouden zijn geweest.

Drijflagen

De drijflaag is de meest opvallende vorm van overlast: alsof een blik verf is leeggegooid. Hij ontstaat doordat cyanobacteriën hun soortelijk gewicht met gasblaasjes (gasvacuolen) kunnen verkleinen tot een waarde net onder die van water. Deze verandering van het soortelijk gewicht is een cyclisch proces:

  • relatief lichte cellen in de drijflaag ontvangen veel licht voor fotosynthese, worden zwaarder door de gevormde koolhydraten en ook wel het knappen van gasvacuolen, en zakken naar beneden;
  • relatief zware cellen beneden in de waterkolom ontvangen weinig licht, verbruiken de koolhydraten, maken nieuwe gasvacuolen aan, worden lichter en stijgen naar boven.


Cellen van drijflaagvormende blauwalgen worden afwisselend lichter dan water door gasblaasjes en zwaarder door de vorming van koolhydraten (ballast).

Voordeel van deze cyclus is dat de organismen afwisselend kunnen profiteren van relatief nutriëntrijke diepere lagen en relatief CO2 en lichtrijke oppervlakkige lagen. In de meeste gevallen wordt de drijflaag veroorzaakt door soorten uit de geslachten Anabaena en Microcystis. Maar pas op: niet altijd bestaat een drijflaag uit blauwalgen. Een groenige laag op het wateroppervlak kan ook bestaan uit stuifmeel, groenwieren als Botryococcus of Nautococcus, of oogflagellaten (Euglena). In zeldzame gevallen vormt Botryococcus ook oranje drijflagen, alsof er menie in het water is gegooid. Een roodverkleuring in de bovenste waterlaag kan veroorzaakt worden door de blauwalg Planktothrix rubescens, maar ook door de purperzwavelbacterie Chromatium okenii. In dat laatste geval heeft u waarschijnlijk te maken met een vrijwel zuurstofloos poeltje met een dikke sliblaag op de bodem.

Door een milde wind (kleiner dan ca. 3 Beaufort) worden drijflagen gemakkelijk naar de oever geblazen. Dit geldt in het algemeen voor algen die zich aan of juist onder het wateroppervlak concentreren. Hierdoor kan een zeer ongelijke verdeling ontstaan van biomassa en soorten, tussen de beschutte oever en de geëxponeerde oever. In zo’n geval kan een groot deel van de hele populatie in de plas, geconcentreerd zijn in één hoekje. Het aan lager wal raken kan ook voor blauwalgen slecht aflopen, als dit het cyclisch proces van zinken en drijven doorbreekt. Vegetatieve cellen sterven af en verslijmen. Hierbij kunnen in korte tijd veel gifstoffen vrijkomen.


Onder invloed van de wind wordt soort A (bijvoorbeeld Microcystis) naar de op de wind gelegen oever verplaatst en soort B (bijvoorbeeld Ceratium) naar de beschutte oever.

Gifstoffen

Van veel blauwalgen is aangetoond dat zij gifstoffen kunnen produceren. Dit vormt een gezondheidsrisico dat heel serieus genomen moet worden. Er is veel over geschreven, maar het aantal goed gedocumenteerde letselgevallen bij mensen is schaars. Elders op deze site vindt u meer informatie, onder het kopje Toxines.

Meer overlast door opwarming?

Onderzoekers verwachten een toename van de hinder van blauwalgen door de opwarming van de aarde. Dit komt omdat blauwalgen in het algemeen meer profiteren van een verhoogde watertemperatuur dan andere algen. Lees het artikel Blooms like it hot voor meer informatie.


In een warme zomer kan men ruim 500% meer Microcystis verwachten. Hiervan wordt 385% veroorzaakt door een stijging van de watertemperatuur (van 1,9 °C) en 53% door een afname van de turbulentie (als gevolg van 10% lagere windsnelheden). Dit model is opgesteld na onderzoek in het Nieuwe Meer tijdens de hete zomer van 2003.